Studenten horen bij Bommen Berend

27 aug Studenten horen bij Bommen Berend

De rol van studenten tijdens het Groningens Ontzet wordt tijdens de viering van Bommen Berend wat onderbelicht. Onterecht, zo vinden wij. Stadsgids Arend Jan klom in de pen en schreef een rrronkend opinieartikel voor het Dagblad van het Noorden: Studenten horen bij Bommen Berend.

In de gouden zeventiende eeuw was Nederland kortstondig wellicht het machtigste land ter wereld. Daar kwam in 1672 definitief een einde aan, toen de Franse en Engelse koning en twee Duitse bisschoppen het Verdrag van Dover sloten, om dat kleine landje aan de Noordzee eens en voor altijd in te perken. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd in dat Rampjaar van onze vaderlandse geschiedenis van alle kanten aangevallen en ging bijna kopje onder.

Bommen Berend StudentenBijna, want op enkele plaatsen werd er dapper weerstand geboden tegen de indrukwekkende invasiemacht. Onder het opperbevel van Michiel De Ruyter wist de Nederlandse vloot de aanval op zee af te slaan. En toen een leger van 25.000 man onder aanvoering van Bernard von Galen, de bisschop van Münster, zich voor de poorten van Groningen meldde, hield de stad een maand lang stand tegen een vernietigende barrage van artilleriebeschietingen.

Waar andere steden, zoals Utrecht, zich zelfs zonder slag of stoot hadden overgegeven, daar werd in Groningen niet aan overgeven gedacht. Onder leiding van de bejaarde houwdegen Carel Rabenhaupt wist de stad zich met succes te verdedigen. Na een maand droop de Duitse bisschop weer af, de helft van zijn leger was in die tijd gedood, gedeserteerd of ziek geworden. Terecht dat in Groningen nog elk jaar wordt stil gestaan bij dat Groningens Ontzet.

Uit onder meer het dagboek van Rembertus Huysman, die gedetailleerd beschreef wat er elke dag gebeurde, blijkt hoe zwaar de stad het te verduren had. Brandbommen en loden kogels zaaiden dood en verderf, terwijl stinkbommen de reddingswerkzaamheden bemoeilijkten en het moraal verder moesten ondergraven. Op 22 augustus ging een ‘zo hoge kogel zelfs door het gewelf van de Nieuwe Kerk’, die indertijd inderdaad nog spiksplinternieuw was.
Wat soms jammer genoeg wat onderbelicht wordt, is de bepalende rol die studenten hebben gespeeld in de verdediging van Groningen. Waar in het Leidens Ontzet, dat jaarlijks op 3 oktober herdacht wordt, studenten altijd een centrale plek krijgen, daar komt de rol van studenten in Groningen nauwelijks aan bod. En dat is jammer, want uit bronnen uit die tijd blijkt dat student en Stadjer zij aan zij hebben gevochten om de aanval op de stad te weerstaan.

In het lofdicht Maeghd van Groningen uit 1672 worden de studenten zelfs nog eerder genoemd en geroemd als de burgerij. In de vertaling van Jan Drewes valt te lezen:

Studenten wilden zich steeds onversaagder weren
Met wapens bezig zijn en even niet studeren
Hun posten steeds bezet, de heetsten in de stijd
Daarmee is het ontzet terdege voorbereid

Waar soldaten soldij ontvingen voor hun inzet, daar melden studenten zich vrijwel allemaal vrijwillig aan bij de studentencompagnie. En inderdaad bemanden zij de posten, de ‘heetsten in de strijd’ , zoals de meest kritieke plaatsen op de stadswallen, bij de Ooster- en Drenckelaers-dwinger. Waar soldatencompagnieën ’s nachts drie man voor de verdediging van de wallen moesten leveren, daar bood de studentencompagnie 24 vrijwilligers aan. Daarnaast werden studenten ingezet bij gevaarlijke acties buiten de stadswallen, zo valt in het dagboek van Huysman te lezen.

Tijdens de viering van het Groningens Ontzet zou die belangrijke, wellicht bepalende rol, best wat meer aandacht mogen krijgen. Bommen Berend is nu al een feest van de hele stad, maar zou nog meer een bindmiddel tussen student en Stadjer kunnen zijn, zoals bij het Leidens Ontzet al het geval is. Een feest waarin herdacht wordt dat samen een cruciale slag tijdens het Rampjaar gewonnen werd. Laten we dat ook samen vieren.

‘Groningen constant, behoudt van ’t Landt’ was in 1672 de leuze. Niet voor niets schreef Dichter des Vaderlands Joost van den Vondel een lofdicht op de dapperheid van Groningen. Dat deed hij niet voor andere steden. Dat dappere Groningen, dat had ook toen al veel te danken aan haar studenten.

No Comments

Post A Comment